Fluorescentiebuizen
18W
Vraag
Welke zijn de technische eigenschappen van de fluorescentiebuis L 18W?
Antwoord
Technische eigenschappen van de fluorescentiebuis L 18W:
| Met ijzer/koper-voorschakelapparaat en starter | Met elektronisch voorschakelapparaat | |
| Vermogen | 18,0W | 16,0W |
| Stroom | 370mA | 290mA |
| Spanning | 57V ± 7V | 55V |
| Lampvoet | G 13 | G 13 |
| Lampglas | T8 (26 mm) | T8 (26 mm) |
| Lengte van de lamp | 600 mm | 600 mm |
| Lichtstroom | zie catalogus | zie catalogus |
| Starter | ST 111 of ST 173 | geäntegreerd in het voorschakelapparaat |
U kunt 2 buizen met een conventioneel voorschakelapparaat van 36/40W in serie schakelen, maar dan moet u starters van het type ST 151 of ST 172 gebruiken in plaats van respectievelijk ST 111 of ST 173.
36W
Vraag
Welke zijn de technische eigenschappen van de fluorescentiebuis L 36W?
Antwoord
Technische eigenschappen van de fluorescentiebuis L 36W.
| Met ijzer/koper-voorschakelapparaat en starter | Met elektronisch voorschakelapparaat | |
| Vermogen | 36,0W | 32,0W |
| Stroom | 430mA | 320mA |
| Spanning | 103V ± 10V | 102V |
| Lampvoet | G 13 | G 13 |
| Lampglas | T8 (26 mm) | T8 (26 mm) |
| Lengte van de lamp | 1200 mm | 1200 mm |
| Lichtstroom | zie catalogus | zie catalogus |
| Starter | ST 111 of ST 171 | geäntegreerd in het voorschakelapparaat |
58W
Vraag
Welke zijn de technische eigenschappen van de fluorescentiebuis L 58W?
Antwoord
Technische eigenschappen van de fluorescentiebuis L 58W.
| Met ijzer/koper- voorschakelapparaat en starter | Met elektronisch voorschakelapparaat | |
| Vermogen | 58,0W | 50,0W |
| Stroom | 670mA | 455mA |
| Spanning | 110V ± 10V | 111V |
| Lampvoet | G 13 | G 13 |
| Lampglas | T8 (26 mm) | T8 (26 mm) |
| Lengte van de lamp | 1500 mm | 1500 mm |
| Lichtstroom | zie catalogus | zie catalogus |
| Starter | ST 111 of ST 171 | geäntegreerd in het voorschakelapparaat |
Biolux
Vraag
Is het mogelijk dat ik me beter zal voelen als ik de lampen op mijn werkplek vervang door BIOLUX-lampen?
Antwoord
Talrijke medische studies tonen aan dat een ongeschikte lichthoeveelheid en -kwaliteit een psychosomatisch effect op mensen kunnen hebben. Goed gedoseerd licht, met een correcte spectrale verdeling en een gepast elektronisch beheer, kan het welzijn bevorderen en een ontspannend effect hebben. Alle kwalitatieve eigenschappen van de lamp OSRAM BIOLUX (gecombineerd met een elektronisch voorschakelapparaat) voldoen aan deze voorwaarden. De BIOLUX-lamp biedt een meer natuurlijk licht, dat minder stress opwekt. Voor de verhoging van het welzijn is dit een factor die niet meer verwaarloosd kan worden.
Ontstekingscycli
Vraag
Welke zijn de ontstekingscycli van fluorescentielampen/ontladingslampen?
Antwoord
De ontstekingscycli van ontladingslampen zijn:
| Lamptype | Ontstekingscycli | Opmerkingen |
| Fluorescentielampen | 3 uur (2 u 45 min ON, 15 min OFF) | |
| Hogedrukontladingslampen | 12 uur (11 uur ON, 1 uur OFF) | Door een cyclus van 3 uur te hanteren, verkort u de levensduur met 20 tot 30 %. |
Rendabiliteit
Vraag
Wanneer is het rendabel om fluorescentielampen uit te schakelen?
Antwoord
Uw fluorescentielampen kunnen 100 % van hun theoretische levensduur halen, als u de ontstekingscyclus respecteert die aanbevolen wordt door de IEC: 165 minuten ON en 15 minuten OFF Een verlichtingsinstallatie met fluorescentielampen kunt u dus beter niet uitschakelen als de uitschakelduur (OFF-tijd) korter is dan 10 tot 15 minuten.
Serie
Vraag
Kan men fluorescentiebuizen en spaarlampen in serie schakelen? Zo ja, met welke types lampen?
Antwoord
Ja, serieschakeling is mogelijk als de spanning van de lamp lager is dan 1/4 van de netspanning.
U kunt de volgende lampen in serie schakelen:
Fluorescentielampen:
| Fluorescentielampen: | |||
| T5 | L 4W | L 6W | L 8W |
| T8 | L 16W | L 18W |
Spaarlampen/DULUX:
| DULUX S | ||
| 5W | 7W | 9W |
Straling
Vraag
Kunnen fluorescentielampen een straling uitzenden van 800 tot 900 nm?
Antwoord
Normale temperaturen (tussen 20 en 40ºC) De fluorescentielampen van het type T8 krijgen snel een stabiele ontlading (Hg), waardoor er slechts bij 1040 nm een Hg-lijn waar te nemen is. Hoe kleiner de buisdiameter (bijvoorbeeld de T4 van de DULUX EL), hoe harder het argon heen en weer beweegt en hoe meer tijd er nodig is na de ontsteking voor de ontlading alleen via het kwik gebeurt. Dit proces zorgt ervoor dat er een zwakke straling is tussen 800 en 900 nm. Temperaturen van minder dan 20ºC, in het bijzonder negatieve temperaturen Ook in dit geval is de straling afhankelijk van de buisdiameter: na de ontsteking wordt het argon even of soms zelfs permanent gestimuleerd, wat helaas leidt tot een straling met golflengtes van 800 tot 900 nm. Het absolute aandeel infraroodstraling is uiteraard afhankelijk van het type lamp, maar bij lage temperaturen blijft er na de ontsteking altijd nog enige tijd een zekere argonstraling, dus uitstraling tussen 800 en 900 nm.
