Verlichting planten
Hoe uw planten verlichten?
Lichtabsorptie door planten:
Een plant absorbeert 90 % van het natuurlijk licht dat erop valt.
5 % van het licht wordt weerkaatst en 5 % gaat door de plant.

Planten zetten vooral zichtbaar licht om.
Ze gebruiken vooral de blauwe en rode lichtkleuren, de groene echter veel minder.
Een te grote hoeveelheid ultraviolet licht vertraagt de groei, maar maakt de plant sterker.
Bij planten die in een serre staan, moet u er rekening mee houden dat gemiddeld 30 % van het licht geabsorbeerd wordt door de glazen bedekking.
Fotosynthese:
Fotosynthese is grotendeels een gevolg van de aanwezigheid van rood licht en twee types chlorofyl:
- chlorofyl A, dat twee absorptiepieken heeft: één op 440 nm en één op 680 nm;
- chlorofyl B, dat twee absorptiepieken heeft: één op 480 nm en één op 650 nm.
![]()
Morfogenese: (ontkieming van de zaden, groei van de stengels)
De morfogenese wordt uitgelokt of stopgezet door lichtrood (LR) en donkerrood (DR).
LR Ø 600 tot 700 nm
DR Ø 700 tot 800 nm
· Als de verhouding LR/DR groot is (> 1) verkrijgt men stevige, gedrongen planten met veel vertakkingen. Fluorescentielicht biedt deze verhouding.
· Als de verhouding LR/DR echter klein is, wat het geval is bij gloeilicht, verkrijgt men kwijnende planten met kleine blaadjes.
Keuze van de lampen:
Fluorescentielicht:

Fluorescentielicht heeft een geschikt spectrum, maar een kleine lichtstroom. Er moeten dus veel verlichtingstoestellen geïnstalleerd worden. De fluorescentiebuizen moeten geplaatst worden in gesloten armaturen die geschikt zijn voor lokalen zonder daglichtinval met klimaatregeling.
Er bestaan fluorescentiebuizen die speciaal ontworpen zijn voor de verlichting van planten, zoals de FLUORA-lampen, die verkrijgbaar zijn in vermogens van 18 tot 58 W. Deze fluorescentielampen hebben twee lichtpieken: één op 450 nm en een tweede op 650 nm.
Halogeen- of HQI-lampen:

Halogeen- of HQI-lampen hebben een spectrum dat neigt naar blauw en groen. Daarom kiest u het best voor de lichtkleur WDL, zodat u meer rood licht krijgt. Deze lampen moeten gebruikt worden in klimaatruimtes en fytotrons.
Kwikdamp- of HQL-lampen

Kwikdamp- of HQL-lampen hebben een aanvaardbaar spectrum, maar hun energetisch rendement in zichtbaar licht bedraagt slechts 12 tot 15 %, wat deze oplossing weinig rendabel maakt.
Natrium- of NAV-lampen

Natrium- of NAV-lampen (meestal van 400 W) hebben zeer weinig blauw licht in hun spectrum, waardoor ze gebruikt kunnen worden in een serre, als aanvulling op het natuurlijk licht. In ruimtes zonder daglichtinval moeten deze lampen gemengd worden met HQI-lampen (1/3 HQI-lampen, kleur D en 2/3 NAV-lampen van hetzelfde vermogen).
Energetisch rendement in het zichtbaar spectrum
· Gloeilamp: 6,2 lm/W
· Fluorescentielamp: 17,8 lm/W
· Halogeenlamp van 400 W: 21,4 lm/W
· Natriumlamp van 400 W: 25,3 lm/W
Minimale verlichtingssterkte en blootstellingstijd
Om optimaal te groeien, hebben planten 4 tot 8 uur rust per dag nodig.
| FOTOPERIODICITEIT Vgem.: 50 lux min. 12 uur/dag Fluorescentielampen: 9,5 W/m² Van oktober tot februari |
FOTOSYNTHESE Vgem.: 3000 lux 1 6 uur/dag Natriumlampen: 12,5 W/m² Van februari tot oktober |

Vraag: Bestaat er een zuinige lichtbron voor de plantenteelt?
Antwoord: Ja, wij raden in het bijzonder NAV T 400 en 600 W SUPER aan.
Metaalhalidelampen leveren ook goede resultaten op.
